
|
vervolg toespraak dr Maarten Frankenhuis: |
|
» » » Wederzijdse voordelen moeten altijd worden gezocht in de richting van reproductief voordeel (voortplanting dus), voedsel en bescherming. In het boek De Zorg, waarvan tijdens deze bijeenkomst het eerste exemplaar wordt uitgereikt, komen we zo ongeveer alle categorieën NSB’ers, meelopers, verraders en verzetsstrijders tegen die in het begin van mijn verhaal werden genoemd. Maar het feit dat dit boek geschreven kon worden heeft natuurlijk vooral te maken met het feit, dat er velen zijn geweest in de verwarrende en emotioneel geladen jeugd van Louk en Nico - en dat zelfde geldt ook voor mij - die altruïstisch gedrag in optima forma aan de dag legden, ondanks alle daaraan verbonden gevaren voor eigen leven en familie. Het is volop bekend uit het dierenrijk dat moeders - zelden vaders, want die vergrijpen zich vaak aan nakomelingen van andere vaders - zich over andermans kinderen ontfermen in geval van sterfte van de biologische moeder. Zelfs over jongen van andere soorten gaan moederen, zoals herdershonden wel eens jonge leeuwen zogen. Maar er is één groot verschil: wezenlijk en direct gevaar dreigt er nooit; wel is er natuurlijk een ietwat geringere mobiliteit, bestaat er een kleine kans op het aantrekken van roofdieren en moet het voedsel worden gedeeld. Ook bij mensen kennen we natuurlijk de relatie vriendschap – in feite ook altruïsme, samenwerken tot wederzijds voordeel. En waarom zouden mensen ook wezenlijk verschillen van dieren? Onze gemeenschappelijke en miljoenen jaren oude wortels zijn daarvoor te hecht verweven. Maar je vrijwillig ontfermen over andermans kroost met de kans op acuut levensgevaar, dat zien we bij mijn weten alleen bij de mens. Althans bij enkelen. Beslist een opzienbarende ontdekking voor iemand die in de afgelopen vijftien jaar nauwelijks fundamentele verschillen kon vinden tussen onze soort en alle andere. Mensen - te weinig helaas - waren in de Tweede Wereldoorlog bereid hun leven in de waagschaal te stellen voor onverwante, hen onbekende, andermans nakomelingen! Precies datgene wat mensen nu écht van dieren onderscheidt… Voor velen uit mijn vriendenkring en mijn gehoor zal het een opluchting betekenen, dat er dus toch een fundamenteel en wel zeer bijzonder verschil lijkt te zijn gevonden tussen zoogdieren in het algemeen en sommige individuen van onze soort zoals onder anderen de families Kunnen en Boogaard. De vrienden en familie van Louk en Nico mogen zich gelukkig prijzen, dat onze soort zulke uitzonderingen kent. Maarten Frankenhuis (tot 5 mei 1945 Matti Koeslag)
|

|
Gelukkig Nieuwjaar!
Vandaag is het jaar 5765 begonnen. Vandaag en morgen is het Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar. Rosj Hasjana kent vele motieven. Er wordt op deze hoge feestdagen velerlei gevierd. En herdacht. Deze dag is niet alleen aan Rachel en Chana gewijd, maar aan alle moeders op de wereld, aan joodse en aan niet-joodse moeders.
In de zomer van 1942 zagen mijn oudere broer Nico en ik mijn moeder voor het laatst. Ze werd verraden. Op 6 maart 1944 werd mijn moeder - met haar ouders - vermoord in Auschwitz. Ook mijn broer en ik werden verraden. Maar wij overleefden. Daarover gaat De Zorg: over overleven ondanks verraad. En: over overleven dankzij de moed van mensen voor wie het een zorg was. Ik ben een van de laatste getuigen van de grote geschiedenis van de sjoa. De Zorg is een kleine geschiedenis die zich afspeelt tussen mijn zesde en negende jaar. Dit boekje is een voetnoot in de grote geschiedenis. Mijn hoop is dat het grote verhaal iets toegankelijker wordt door dit kleine verhaal.
Rosj Hasjana kent vele motieven. De Zorg kent vele betekenissen: bekommernis, liefdevolle aandacht, ongerustheid, angst. Een boerderij in de Haarlemmermeer heette De Zorg. Daar ontkwamen op 6 oktober 1943 tweeëntwintig kinderen op wie bij een razzia honderden mannen jacht maakten. Ook Nico en ik ontkwamen. De Zorg is ook de titel van het boek over mijn onderduikgeschiedenis. Die titel verwijst tevens naar Immertje Kunnen, moeder van een gezin van negen kinderen in Heemskerk, Moe Kunnen. In november 1943 werd ik het tiende kind. Ik zei tante tegen Moe Kunnen, want zij wilde niet in de plaats van mijn moeder treden. Maar in gedachten noem ik haar - mijn tweede moeder - nog steeds Moe Kunnen. De Zorg laat zich ook lezen als een eerbetoon aan vrouwen zoals zij. Moederlijke zorg kreeg ik ook van Gre Kunnen, een van mijn oudere onderduikzusters. Ik had twee moeders. De eerste moeder deel ik met mijn broer Nico, de tweede moeder met Gre. Er waren twee moeders. Er zijn twee eerste exemplaren van De Zorg. Die wil ik nu uitreiken aan: mijn zuster Gre Kunnen, en aan mijn broer Nico Israëls, als dank voor hun zorg. Louk Israëls (van ’42 t/m ’45 Loukie de Jong en Loukie Kunnen) |

|
Louk Israëls, hoofdpersoon uit De Zorg: ‘Ik had twee moeders’ |